Digitale autonomie als ontwerpvraagstuk

Een handelingskader voor strategische digitale besluitvorming binnen hogescholen

Na ruim vijf maanden onderzoek heb ik mijn masterthesis afgerond als afsluiting van de Executive Master of Information Management and Digital Transformations aan TIAS. Het onderwerp: digitale autonomie. En hoewel ik het thema bij de start van mijn onderzoek al relevant vond, bleek het tijdens het schrijven alleen maar urgenter te worden.

Waarom dit onderwerp nu?

Open een willekeurige krant en de termen vliegen je om de oren: digitale soevereiniteit, afhankelijkheid van big tech, hyperscalers, strategische autonomie. De Rijksuniversiteit Groningen kondigde aan zich los te willen maken van big tech. Het kabinet benoemt digitale autonomie als chefsache. De Cyber Security Raad waarschuwt voor het risico op digitale ontwrichting. En ondertussen blijken Nederlandse publieke instellingen, scholen en gemeenten in overweldigende mate afhankelijk van een handvol Amerikaanse cloudleveranciers.

Het is een onderwerp dat raakt aan geopolitiek, aan publieke waarden, aan academische vrijheid en aan iets heel praktisch: de vraag of een organisatie haar digitale koers nog zelf kan bepalen, of dat die koers stilzwijgend wordt voorgesorteerd door de keuzes van anderen.

Het echte probleem: van bewustzijn naar handelen

Tijdens mijn interviews met bestuurders, architecten, CIO’s en informatiemanagers viel me één ding telkens op. Iedereen herkent de urgentie. Bijna niemand weet hoe je er concreet op moet sturen.

Daar zit de kern van het probleem. Het ontbreekt niet aan bewustzijn of aan goede intenties. Het ontbreekt aan toepasbare ontwerpkennis. Aan een gestructureerde manier om digitale autonomie expliciet mee te wegen op het moment dat een organisatie een nieuwe cloudoplossing kiest, een platform aanschaft, een AI-toepassing introduceert of een dataomgeving inricht.

Het gevolg is dat strategische beslissingen in de praktijk vaak worden gedreven door functionaliteit, kosten, snelheid en gebruiksgemak. Allemaal legitieme criteria. Maar de implicaties voor toekomstige handelingsruimte – kunnen we deze keuze over vijf jaar nog terugdraaien? hebben we straks nog reële alternatieven? – blijven impliciet. En juist daar ontstaat lock-in. Niet door één grote beslissing, maar door een opeenstapeling van kleine keuzes die elkaar versterken.

Autonomie als ontwerpvraagstuk, niet als ideaal

In mijn thesis benader ik digitale autonomie daarom niet als een ideaal van volledige onafhankelijkheid; dat is voor een hogeschool simpelweg geen realistisch doel. Niemand bouwt zijn eigen cloud. Niemand vervangt Microsoft 365 door iets zelfgemaakts.

Wat wel realistisch is, is digitale autonomie behandelen als ontwerpvraagstuk: hoe richten we onze afhankelijkheden zo in dat we voldoende handelingsruimte behouden om onze publieke en academische opdracht ook over tien jaar nog op eigen voorwaarden te kunnen vormgeven?

Op basis van literatuuronderzoek en twaalf ontwerp- en evaluatieinterviews binnen verschillende hogescholen heb ik via een Design Science Research-aanpak een handelingskader ontwikkeld dat dit vraagstuk operationaliseert langs vier kerndimensies:

  • Keuzevrijheid: zijn er reële, haalbare alternatieven?
  • Controleerbaarheid: behouden we inzicht, invloed en sturingsvermogen?
  • Herzienbaarheid: kunnen we deze keuze later nog praktisch en strategisch terugdraaien?
  • Publieke waarden: blijft deze keuze verenigbaar met onze publieke en academische opdracht, in het bijzonder met academische vrijheid, kennisveiligheid en strategische wendbaarheid?

Deze vier dimensies worden gewogen in hun context: hoe kritisch is de voorziening, op welke termijn manifesteren risico’s zich, en kan dit vraagstuk individueel worden opgelost of vraagt het collectieve schaal?

Wat het kader oplevert

Het handelingskader is geen scoremodel en geen checklist. Het is bewust opgezet als gesprek- en besluitvormingsinstrument. Iets wat helpt om afhankelijkheden expliciet te maken, trade-offs zichtbaar te maken en bestuurlijke afwegingen navolgbaar te onderbouwen.

Uit de evaluatie bleek dat juist dat het meest gewaardeerd wordt: niet dat het instrument één juiste uitkomst voorschrijft, maar dat het ruimte maakt voor het gesprek dat anders impliciet blijft. Het maakt zichtbaar wat er feitelijk wordt afgewogen en dus ook wat er stilzwijgend wordt geaccepteerd.

de vraag is niet óf we afhankelijk zijn, maar hoe we daar bewust mee omgaan

Voor mij was dit onderzoek niet alleen het einde van een opleiding, maar ook een verdiepingsslag in een onderwerp dat ik vermoedelijk de komende jaren niet meer zal loslaten. Digitale autonomie is geen modewoord; het is een ontwerpopgave die fundamenteel gaat over wat voor type organisatie je wilt zijn en welke ruimte je wilt behouden om dat te blijven.

Voor wie geïnteresseerd is in de volledige uitwerking – inclusief het theoretisch kader, het ontworpen handelingskader, de casussen en de evaluatieresultaten – heb ik mijn thesis hieronder beschikbaar gemaakt om te downloaden.

📄 Download de thesis (PDF)

Thijs Willems

Master student bij TIAS
CIO bij Avans Hogeschool


Heb je vragen, herken je dit vraagstuk binnen je eigen organisatie, of wil je sparren over de toepassing van het kader? Ik vind het altijd leuk om hier verder over te praten.